Blog
Van nature ben ik nogal een twijfelaar en pieker ik ook vaak over van alles. Om aan te geven hoe ver dit twijfelen gaat; in mijn uitvaartpolis staat aangegeven dat ik voor de ene helft gecremeerd en voor de andere helft begraven wil worden. Wakker liggen doe ik vaak om kleine zaken zoals het vluchtelingenvraagstuk, maar ook grote mondiale vraagstukken als ‘wat zullen we morgen nu weer eens eten?’ Mijn vrouw zei laatst dat ik mijn problemen niet mee naar bed moet nemen. Daar was ik het wel mee eens, al vind ik het ook niet leuk voor haar dat zij dan iedere avond beneden op de bank moet slapen. Na 25 jaar samen zijn kent ze mijn grappen inmiddels een beetje en weet ze dat ik dat niet meen, ik slaap immers liever zelf op de bank.
Ik zag er een beetje tegenop dat mijn zoon naar de middelbare school zou gaan na de grote vakantie. Veel veranderingen voor hem; nieuwe regels, lestijden, gebouwen, kinderen en leraren. Tot nu toe voelt hij zich echter als een vis in het water en weet hij zijn weg prima te vinden op zijn nieuwe school. De overgang is voor mij eigenlijk moeilijker geweest dan voor hem. De eerste schoolweken zat ik er tussen de middag wat onwennig bij. Kwam hij op de basisschool nog iedere dag om 12 uur thuis om te eten, nu moest ik zelf vier tosti’s naar binnen werken. Zit menig moeder met een pot thee klaar als de school uit is, tosti als lunch was hier in de loop der jaren zo’n vaste traditie geworden. Het niet meer thuis lunchen van mijn zoon was meteen een goede manier om van mijn tostiverslaving af te komen. Tegenwoordig haal ik het apparaat nog maar af en toe tevoorschijn. Om het kiezen dan wat makkelijker te maken neem ik één snee wit en één snee bruin brood en noem ik het de Tosti Twijfelaar.
Het is erg fijn om te zien dat mijn zoon momenteel zo goed in zijn vel zit. Je ziet hem met de week letterlijk en figuurlijk groeien. Ook krijgt hij steeds meer belangstelling voor zijn uiterlijk. Trok hij vroeger blindelings alles aan wat zijn moeder gekocht had, nu is dit geen vanzelfsprekendheid meer. Hij gaat zelfs zonder te mopperen mee shoppen, iets wat een aantal maanden geleden nog ondenkbaar was. ’s Morgens staat hij tegenwoordig zelfs langer voor de spiegel dan zijn zus en raakt hij lichtelijk in paniek als hij iets ziet wat nog maar een beetje lijkt op een puistje. Al is het soms wennen, kleine kindjes worden groot en dat is maar goed ook. Mijn zoon groeit hard en is toe aan een nieuw bed. Ik denk dat ik hem het beste zelf laat kiezen, want als ik dat doe zal het wel een twijfelaar worden.
Stemmen kan op: www.metronieuws.nl/node/854609
Was eerder te lezen op www.pubermagazine.nl/webshop/puber_november_2015
In de tijd dat zuster Clara nog leefde was het nooit saai op de afdeling van mijn moeder. Clara droeg nog traditionele nonnenkleding, was ruim boven de 100 kilo en had maar één obsessie; eten. Ze was moeilijk ter been, maar zodra ze ook maar iets zag wat op eten leek, waggelde ze opvallend snel naar het etenswaar. Ze leek dan, mede door het waggelen en haar nonnenkleding, sterk op een iets te fors uitgevallen pinguïn die afstormt op haar prooi. Dit is absoluut niet oneerbiedig bedoeld want ik heb een zwak voor pinguïns en voor zuster Clara nog meer. Bij een rondje koffie voor de bewoners ging de koektrommel open, pakte iedereen een koekje waarna de trommel snel weer dicht ging als Clara in de buurt was. Het kwam echter regelmatig voor dat in een onachtzaam moment Clara de trommel toch te pakken had en de inhoud vrolijk achterelkaar opat. Ze keek je dan onschuldig aan met haar grote ondeugende hondenogen en mompelde tevreden in zichzelf. Verstaanbaar praten deed zuster Clara al lang niet meer. Op een keer kreeg Clara de suikerpot te pakken. Ze nam de pot mee naar de gang en bracht deze keurig terug nadat ze genoten had van zo’n 23 suikerklontjes. “Zo…, en klaar is Clara ”, had ze geloof ik nog gemompeld. Het was wat dat betreft maar goed dat ze geen goudvissen of kanaries op de afdeling hebben. Met andere bewoners had Clara het regelmatig aan de stok. In een recordtijd had ze zelf haar warme eten op, waarna ze zat te azen op ’n koteletje van een medebewoner. Het stimuleerde de andere bewoners wel om door te eten. Zuster Clara was een bewerkelijk persoon, maar ze voelde heel goed aan als mijn moeder verdrietig was. Ze wreef dan met haar grote handen liefdevol over mijn moeders wang of gaf haar een pop als troost.
Op een dag was Clara gevallen en had daarbij haar heup gebroken. Deze klap is ze nooit meer te boven gekomen. Het was jammer genoeg heel snel daarna ‘klaar met Clara’. In het begin na het overlijden van Clara was er een leegte in de huiskamer. Iedereen moest er ook aan wennen dat de koektrommel weer gewoon open en bloot op tafel kon staan. Altijd als ik wat te eten voor mijn moeder meeneem moet ik toch nog even aan Clara denken.
Stemmen kan op : www.metronieuws.nl/node/853113
Mijn dochter moet altijd lachen om de manier waarop ik mijn mobiele telefoon bedien. Dit doe ik met mijn wijsvinger, op een in haar ogen houterige manier, waarbij het lijkt alsof mijn scherm gloeiend heet is. In het normale leven kijk ik al moeilijk, maar als ik mijn telefoon bedien trek ik blijkbaar een gezicht alsof het lijkt dat ik berichten ontvang van een andere planeet. Blindtypen met het twee-duimige-vingersysteem heb ik bepaald nog niet onder de knie. Overigens vindt ze dat ik bij meer zaken hopeloos achter loop. Zo speel ik nog steeds Wordfeud en gebruik heel vaak Twitter, blijkbaar helemaal niet meer van deze tijd. Dit terwijl ik het nog steeds revolutionair vind dat ik geen scrabble meer speel met houten letters en dat ik ook niet meer zo vaak te vinden ben op Hyves. Mijn telefoon is nogal oud waardoor sommige programma’s regelmatig vastlopen. Maar volgens haar blijft niet alleen mijn telefoon, maar ook ikzelf hangen in bepaalde zaken. Zo lees ik nog een papieren krant, gebruik dagelijks Teletekst, luister rockmuziek uit de jaren 80 van de vorige eeuw en mijn kledingkeuze en brilmontuur komen volgens haar uit dezelfde tijd. Het grootste compliment wat ik kreeg toen ik nieuwe kleding aan had was: ‘’leuke blouse…, als het carnaval zou zijn geweest”.
Laatst had mijn dochter via school een uitwisseling met scholieren uit India. Gingen we vroeger met de bolderkar naar Bakel, tegenwoordig gaan de reisjes iets verder. Vorig schooljaar zijn er twee meiden uit India hier in huis geweest, nu was het mijn dochters beurt om bij de Indianen te logeren. Indianen noemde ik ze gekscherend, voor leuke grappen hoeven ze in ons gezin niet naar het theater. Het was voor mij een goede manier om mijn topografie op te krikken. Het duurde maar één week maar het was voor mij een goede oefening om mijn dochter los te laten. Via WhatsApp, Facebook en andere sociale media kon ik gelukkig veel dingen volgen die aan de andere kant van de wereld gebeurden. Zo bleek mijn montuur in India momenteel juist heel hip te zijn, om maar te zwijgen over de blousekeuze van menig man daar. Het was een onvergetelijke week en mijn dochter genoot. In het begin had ze last van heimwee, maar uiteindelijk was ze het liefst nog een weekje blijven hangen. Ik vond één week meer dan genoeg. Al die moderne technieken zoals FaceTime en Skype zijn zeker een uitkomst om je kind te volgen, maar er gaat toch niets boven een échte knuffel.
Deze column was ook te lezen op: www.pubermagazine.nl/webshop/puber_oktober_2015
Eén van de fijne dingen van met het gezin op vakantie gaan is dat je écht tijd hebt voor elkaar. Als dan ook nog de wifi-verbinding op de camping slecht is of helemaal niet werkt, heeft dat een positieve invloed op de gezinsbuilding. Afgelopen vakantie hebben we mede daardoor dagelijks spelletjes gedaan, gewandeld en veel uitstapjes gemaakt vanaf ons vakantieverblijf. We vermaakten ons prima met onder andere een middagje rodelen, het bezoeken van een oude edelsteenslijperij en met het lopen van een blotevoetenpad. Wereldvreemd als ik in sommige dingen ben, stond ik er wel van te kijken dat het de bedoeling is dat je écht op blote voeten loopt tijdens zo’n wandeling. Het is misschien maar goed dat we niet eerst het blotekontenpad gekozen hadden, hoewel de temperatuur er wel ideaal voor was.
Een activiteit waar mijn vrouw en ik wat minder warm voor lopen is het bezoeken van een klimpark. Dan ga ik nog liever een middagje naar de huishoudbeurs of desnoods naar een woningboulevard op 2de paasdag. Wij zijn niet bepaald de moedige Tarzan en Jane die soepel door hoge bomen zwieren. Het vervelende voor ons is dat onze kinderen wel dol zijn op dit soort outdoor belevingsparken. Die kunnen voor hen niet hoog en uitdagend genoeg zijn. Deze hoge-bomen-parken zijn booming business en schieten als paddenstoelen uit de grond. Het was dan ook niet zo verwonderlijk dat vlakbij onze camping ook een park te vinden was. Anderhalve week zweeg ik wijselijk over dit eventuele uitje. Bang als ik was om als moedige huisvader mijn zoon te moeten begeleiden door de diverse spectaculaire parcoursen. De opluchting was groot toen de campingbaas vertelde dat onze kinderen in dit park zelfstandig de hoogte in mochten. Ze waren net oud en groot genoeg om samen, zonder begeleiding, te mogen klimmen. Aangekomen op het park bleek de campingeigenaar gelukkig gelijk te hebben. Dat betekende voor onze kinderen die middag geen blok aan hun been. Bovendien had ik nu de luxe om vanaf een terrasje met een goed glas bier toe te kijken hoe sommige andere ouders minder gelukkig waren. De meeste vaders en moeders gingen overigens zonder te blikken of blozen mee naar boven en hadden er ogenschijnlijk zelfs lol in. Er waren echter ook ouders die zichtbaar minder happy waren. Zo riep een doodongelukkige moeder, die op 30 meter hoogte stond te trillen op een schommelde boomstam, tegen haar lachende pubers: “Jullie kunnen de boom in met je klimpark, ik doe dit nóóit meer!”
Het was een leuke vakantie met lekker en soms iets te veel eten en drinken. Bij thuiskomst dacht ik dan ook even dat mijn bril gekrompen was. Voor de zekerheid ben ik op de weegschaal gaan staan en nam me meteen voor wat meer te bewegen. Anders mag ik volgend jaar alleen nog het dikkekoppenpad lopen of nog erger, de boom in.
Deze column is ook te lezen op: www.pubermagazine.nl/webshop/puber_september_2015
Binnenkort word ik 44 jaar. Als ik een carnavalsvereniging zou zijn geweest, of van carnaval zou hebben gehouden, een bijzondere leeftijd. Maar ik ben geen carnavalsvereniging, ben ook geen bloemetjesgordijn en carnaval zit, ondanks dat ik in het zuiden geboren ben, niet in mijn bloed. Met carnaval drink ik dan ook vier dagen niet, de rest van het jaar wel. Toch klinkt 44 wel een beetje magisch voor mij. Nog één jaar genieten voordat ik 45 jaar ben.
45 jaar is immers een leeftijdsgrens voor veel zaken. Zo is uit onderzoek gebleken dat werkloze 45-plussers vaak geen nieuwe baan vinden, ondanks veelvuldig solliciteren. Bij ziektekostenverzekeraars en uitvaartpolissen stijgt de premie voor mensen vanaf 45 jaar fors. De kans dat ik werkloos blijf, ziek word of zelfs doodga is boven 45 jaar dus aanzienlijk groter dan bij een leeftijd van 44 jaar. Ik heb dus, theoretisch gezien, nog één jaar de tijd om in gezonde staat een nieuwe baan te vinden voordat ik definitief afgeschreven word door het UWV, CZ en zelfs een beetje door de Dela. In weer een ander onderzoek stond dat mannen met een langdurige relatie vanaf hun 45ste jaar stoppen met zoeken naar een andere partner en trouw bij hun huidige vrouw blijven. Het is voor mijn vrouw dus nog maar één jaartje ‘bibberen’, zullen we maar zeggen.
Laatst moest ik, tijdens een drukke ochtendspits, in een bomvolle bus ruim vierenveertig minuten staan. Dan merk je dat je geen veertig meer bent. Ik zag jonge mensen, die wel een zitplaats hadden twijfelend naar mijn grijze haren kijken. Gelukkig bood niemand me een zitplaats aan. Ik denk dat die jongeren ook, onbewust, een leeftijdgrens van 45 jaar in hun hoofd hebben voor het opstaan voor ouderen. Bij het fouilleren in voetbalstadions is de leeftijdgrens ook 45 jaar. Dus mogen ze mij daar ook nog één jaar ‘onzedelijk betasten’.
44 is een mooie leeftijd, maar het blijft maar een getal. Mijn schoenmaat is nog steeds hoger dan mijn leeftijd, maar daar schiet ik ook niet veel mee op. Ik luister nog vaker naar 3FM dan Radio 2, al wordt die verhouding ook al steeds kleiner. Natuurlijk zegt leeftijd niet alles. Zoals Koot en Bie al zeiden: “Je hebt ‘oudere jongeren’ en ‘ouwe jonge lullen’”. Ik hoop zo lang mogelijk bij de eerste groep te blijven horen.
Om de reclamespot van Unox over een kinderfeestje moet ik altijd erg lachen. Na een spectaculair feestje met o.a. circusartiesten, kermisattracties en een heuse luchtballon is het kind uit de promo vooral blij met het feit dat er knakworsten waren op het partijtje. Van de kinderfeestjes uit mijn jeugdjaren herinner ik me dat ik een keer groene limonade kreeg. De magie van de kleur van deze limonade is me altijd bijgebleven. Dit was in een tijd dat je alleen nog kon kiezen tussen een Mars en een Nuts en tussen gewone of paprika chips. Wokkels en Bounty’s moesten toen, geloof ik, nog worden uitgevonden. In die tijd was een glas 7up al spectaculair voor mij en groene limonade al helemaal. Waarschijnlijk zou ik die limonade nu zoete troep vinden, dus is het maar goed dat ik het spul nooit meer ben tegengekomen. De herinnering is vaak mooier dan de werkelijkheid.
Mijn zoon gaf een aantal weken geleden het laatste kinderfeestje van zijn basisschoolperiode. Na een aantal minuten vroeg één van de kinderen me vriendelijk: “Mag er ook gefilmd worden vandaag?” Een beetje overdonderd door de vraag, antwoordde ik achteraf gezien iets te snel: “Ja hoor”. Op dat moment kwamen er razendsnel allerlei iPhones en camera’s tevoorschijn uit de broek- en jaszakken van de 11 en 12 jarige feestvierders. De kinderen begonnen allerlei Appjes en berichten te versturen naar vriendjes die gewoon op ons feestje aanwezig waren. Bovendien werd vanaf dat moment alles gefilmd. Beelden van het feestje waren zelfs live op internet te zien. Veel kinderen hebben tegenwoordig hun eigen YouTube-kanaal, zo ook meer dan de helft van de aanwezige kinderen. Heel ons huis werd tot in detail gefilmd en ik had spijt dat ik niet beter had opgeruimd. Na gebak en limonade gingen we naar buiten voor het vervolg van het feestje. De jongen van de live-uitzending haalde een, voor mij onbekend, apparaat met bijbehorende afstandsbediening uit zijn rugzak. Enthousiast vertelde hij dat het een drone met ingebouwde camera was. Met deze drone zouden de internetkijkers ons ook vanuit de lucht kunnen volgen. De beelden waren zo gedetailleerd dat het me opviel dat ik al kaal wordt op mijn kruin. Van de kinderfeestjes uit mijn jeugd heb ik nog een paar vage zwart-wit foto’s waarop je nog net een paar lullige feestmutsjes kunt onderscheiden.
Het was een enerverende, maar vermoeiende middag met al die camera’s op ons gericht. Wat we verder nog gedaan hebben op het feestje? Niets speciaals, iets met Mars en een ruimteschip, of zo…
STEMMEN KAN OP:
www.metronieuws.nl/lezerscolumn/huisman/mens-maatschappij/2015/07/kinderfeestje-0
Niet iedere verjaardag is een feestje
Want wist u dat in Nederland ruim 60.000 kinderen hun verjaardag niet kunnen vieren? Gewoon omdat er thuis te weinig geld is. Jarige Job maakt een einde aan dit verjaardagsleed en trakteert deze kinderen op een leuke dag. Jarige Job geeft geen geld maar een Verjaardagsbox met alles erop en eraan. Wilt u helpen ieder kind een verdiende verjaardag te geven? Word dan donateur of sponsor. Jarige Job is sinds 2012 landelijk actief.